guidedbattlefieldtours.org

NIEUWS

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons
Guided battlefield tours belgium

Guided battlefield tours belgium

243

Gidsen in Corsica - Normandië, Val d'Oise, De Somme, Lotharingen, Languedoc, Luberon & Andorra zijn mijn favoriete bestemmingen.

Joris (Georgius) van Cappadocië of Sint-Joris († 23 april 303) is een martelaar en heilige. Sinds 1222 is hij patroon (beschermheilige) van Engeland (Engels: Saint George). Ook is hij als Sant Jordi de beschermheilige van de Spaanse autonome regio Catalonië en is hij patroon van de scouting.
Ook is hij de beschermheilige van Amersfoort. In Rusland is hij bekend als Svjatoj Georgij (Russisch: Святой Георгий) of Georgij Pobedonosets (Russisch: Георгий Победоносец), momenteel staat hij afgebeeld op de achterkant van de kopeke. In Griekenland als: Agios Georgios (Grieks: Άγιος Γεώργιος).
Joris is vooral bekend door het verhaal dat hij een draak zou hebben gedood.
Sint-Joris is een van de heiligen waarvan wordt aangenomen dat hij nooit heeft geleefd.
De eerste vermeldingen over Joris zijn honderden jaren na zijn veronderstelde marteldood opgetekend. Het is ook niet duidelijk waar deze Sint-Joris geleefd zou hebben, men plaatst hem aan de Afrikaanse kust maar ook in Klein-Azië. Voor de ridderschap was de historiciteit van Sint-Joris onbelangrijk, het ging hun om een patroonheilige die krijgshaftig en moedig was en op een voor de krijgslieden aansprekende wijze, dus met het zwaard of de lans en niet met een gebed zoals Romanus van Rouen, het kwaad overwon.
De meeste heiligen waren vredelievend of contemplatief. In Joris vallen de mythen rond Koning Arthur en zijn draken dodende ridders samen met de christelijke heiligenverering.
Er zijn geen historische gegevens over Sint-Joris bekend.
De enige bron waarin hij wordt genoemd is een verzameling legenden over heiligen, de Legenda aurea. Daarin zijn meerdere verhalen uit de Griekse mythologie in een aangepaste vorm herverteld waarbij een - al dan niet werkelijk bestaande - christen de rol van de Griekse held overneemt.
Moderne onderzoekers brengen Joris in verband met een martelaarsdood in Lydda in de periode vóór de regering van Constantijn de Grote.
Door zijn populariteit in het Oosten en het Westen blijft zijn naamdag op 23 april op de gregoriaanse kalender gehandhaafd.
Sint-Joris wordt traditioneel afgebeeld met een draak, die hij volgens de overlevering zou hebben gedood. De draak staat hierbij symbool voor het heidendom.
Het verslaan van de draak symboliseert de bekering van een heidens land of stad tot het christendom. Tijdens de Tweede Kruistocht stelde Richard Leeuwenhart zichzelf en zijn leger onder de bescherming van Sint-Joris.
Volgens vaste regels beschilderde wapenschilden en hun bijbehorende heraldiek ontstonden rond 1200. Het rode "Kruis van Sint-Joris" op een witte achtergrond is in de eerste helft van de 12e eeuw met de heilige verbonden. Het kruis is ontleend aan de mantel van een kruisvaarder.
... Bekijk meerZie minder

Joris (Georgius) van Cappadocië of Sint-Joris († 23 april 303) is een martelaar en heilige. Sinds 1222 is hij patroon (beschermheilige) van Engeland (Engels: Saint George). Ook is hij als Sant Jordi de beschermheilige van de Spaanse autonome regio Catalonië en is hij patroon van de scouting. 
Ook is hij de beschermheilige van Amersfoort. In Rusland is hij bekend als Svjatoj Georgij (Russisch: Святой Георгий) of Georgij Pobedonosets (Russisch: Георгий Победоносец), momenteel staat hij afgebeeld op de achterkant van de kopeke. In Griekenland als: Agios Georgios (Grieks: Άγιος Γεώργιος).
Joris is vooral bekend door het verhaal dat hij een draak zou hebben gedood.
Sint-Joris is een van de heiligen waarvan wordt aangenomen dat hij nooit heeft geleefd. 
De eerste vermeldingen over Joris zijn honderden jaren na zijn veronderstelde marteldood opgetekend. Het is ook niet duidelijk waar deze Sint-Joris geleefd zou hebben, men plaatst hem aan de Afrikaanse kust maar ook in Klein-Azië. Voor de ridderschap was de historiciteit van Sint-Joris onbelangrijk, het ging hun om een patroonheilige die krijgshaftig en moedig was en op een voor de krijgslieden aansprekende wijze, dus met het zwaard of de lans en niet met een gebed zoals Romanus van Rouen, het kwaad overwon. 
De meeste heiligen waren vredelievend of contemplatief. In Joris vallen de mythen rond Koning Arthur en zijn draken dodende ridders samen met de christelijke heiligenverering.
Er zijn geen historische gegevens over Sint-Joris bekend. 
De enige bron waarin hij wordt genoemd is een verzameling legenden over heiligen, de Legenda aurea. Daarin zijn meerdere verhalen uit de Griekse mythologie in een aangepaste vorm herverteld waarbij een - al dan niet werkelijk bestaande - christen de rol van de Griekse held overneemt.
Moderne onderzoekers brengen Joris in verband met een martelaarsdood in Lydda in de periode vóór de regering van Constantijn de Grote.
Door zijn populariteit in het Oosten en het Westen blijft zijn naamdag op 23 april op de gregoriaanse kalender gehandhaafd.
Sint-Joris wordt traditioneel afgebeeld met een draak, die hij volgens de overlevering zou hebben gedood. De draak staat hierbij symbool voor het heidendom.
Het verslaan van de draak symboliseert de bekering van een heidens land of stad tot het christendom. Tijdens de Tweede Kruistocht stelde Richard Leeuwenhart zichzelf en zijn leger onder de bescherming van Sint-Joris. 
Volgens vaste regels beschilderde wapenschilden en hun bijbehorende heraldiek ontstonden rond 1200. Het rode Kruis van Sint-Joris op een witte achtergrond is in de eerste helft van de 12e eeuw met de heilige verbonden. Het kruis is ontleend aan de mantel van een kruisvaarder.

23 april 1918 is raid op de haven van Zeebrugge (Engels: Zeebrugge Raid) tijdens de Eerste Wereldoorlog was een Britse aanval op de haven van Zeebrugge op 23 april 1918 met het doel de vaargeul te blokkeren, zodat Duitse U-boten niet meer konden uitvaren. Tegelijkertijd werd ook de haven van Oostende aangevallen.
Met de Zeeslag bij Jutland was de Duitse vloot verslagen. Duitsland besloot om de oorlog niet op maar onder de zee voort te zetten als onbeperkte duikbotenoorlog. Hiertegen hadden de Britten toen geen verweer. Duikboten vanuit Wilhelmshaven vormden geen grote bedreiging, omdat ze een dag onderweg waren en langs mijnenvelden moesten. Een poging om de mijnen te vegen was mislukt tijdens de Tweede Slag bij Helgoland.
Antwerpen was ook geen probleem, omdat het van op het water kon beschoten worden.
De duikbootbasis van Brugge lag te ver landinwaarts om ze vanuit zee te beschieten. Ook ze vanuit de lucht bombarderen was in die tijd te moeilijk. De duikboten voeren langs de kanalen naar Zeebrugge of Oostende en zo naar zee, waar ze Britse schepen aanvielen.
In 1915 had de Britse admiraal Reginald Bacon al geprobeerd om de sluispoorten te beschieten vanaf monitors, maar daarbij waren alleen de gebruikte 305mm-kanonnen kapotgeschoten en niet de sluizen. John R. Jellicoe stelde in 1917 voor om Zeebrugge te bezetten, maar het landleger geraakte niet door de Duitse verdediging.
Admiraal Roger Keyes werkte een plan uit om de havengeulen van Zeebrugge en Oostende te blokkeren en de admiraliteit gaf groen licht in februari 1918. De aanval werd op 11 april en op 14 april afgeblazen wegens slecht weer.
De motorboot HMS CMB 33 was daarbij gestrand in Duits gebied. De bevelvoerder had - tegen alle instructies in - de aanvalsplannen meegenomen die in handen van de Duitsers waren gevallen.
In de haven van Zeebrugge waren bunkers en verstevigingen aangelegd en er was zware artillerie op de havendam. De toegang van de haven zelf werd gedeeltelijk geblokkeerd door de verankering van een viertal aken.
Op 22 april 1918 nam admiraal Keyes het bevel over een vloot van 168 schepen en een troepenmacht van 1800 man.
De aanval begon op 23 april 1918 vanuit Dover, Duinkerke en het Zwin. Kort voor middernacht begon een afleidingsmanoeuvre. De kruiser HMS Vindictive en twee overzetboten, Daffodil en Iris II, vielen de golfbreker aan. HMS Vindictive moest 200 mariniers afzetten aan de monding van het kanaal naar Brugge om de Duitse artillerie onschadelijk te maken.
Een rookgordijn zou het schip aan het zicht onttrekken. De Duitsers verweerden zich heftig: zo ging de matroos Hermann Künne van de torpedoboot S53 de leider van de mariniers met een mes te lijf. Hij stak hem neer, maar werd zelf neergeschoten. De wind draaide en het rookgordijn waaide weg. De mariniers kwamen onder Duits vuur en sneuvelden bij bosjes. Om de aanval op de havendam te ondersteunen waren er ook nog twee oude duikboten volgestouwd met springstof. Duikboot C3 kon om 00:15 uur het viaduct naar de golfbreker opblazen met vijf ton explosieven zoals voorzien. Hiermee werd het de verdedigers onmogelijk gemaakt versterkingen aan te voeren. De zeskoppige bemanning kon met een reddingsboot ontkomen. De andere onderzeeboot, de C1 kwam niet in de buurt van het doel en werd teruggesleept naar de vertrekbasis.
Terwijl de Duitse tegenaanval zich op deze aanval concentreerde, brachten de Britten om 00.30 uur enkele schepen voorbij de vuurtoren. De drie schepen uit 1890, de Thetis, Intrepid en Iphigenia, waren geladen met beton. De bedoeling was om ze in de vaargeul tot zinken te brengen en zo die havengeul te blokkeren. Na de mislukte aanval op de golfbreker kwamen de drie schepen onder zwaar Duits vuur te liggen. Vooral de Thetis kreeg treffers en het schip bereikte niet de vaargeul, het liep vast op een zandbank en werd te vroeg tot zinken gebracht. De twee andere schepen bereikten wel het kanaal en werden zo schuin als mogelijk in de vaarweg tot zinken gebracht. Onder hevig Duits vuur werd de bemanning met snelle motorboten opgepikt. De Thetis zou als eerste de sluisdeur naar het kanaal naar Brugge moeten rammen, dit was mislukt en de andere twee schepen hielden zich aan de instructies en namen niet de taak van de Thetis over. Zou de sluisdeur zijn beschadigd dan had dit geleid tot een groter succes van de actie.
Om 00:50 uur gaf de Daffodil met de sirene het signaal om de gevechten af te breken en terug te keren naar de schepen. Onder dekking van rookgordijnen en het vuur van de kanonnen van de monitors trok de gehavende vloot zich terug. In de loop van 23 april voer de vloot de Britse thuishavens binnen.
De Duitsers verwijderden twee pieren, zodat de Duitse duikboten al twee dagen later bij hoog tij langs de blokkerende schepen konden varen. Van de 1700 Britten lieten 200 het leven, waaronder commandant Frank Arthur Brock, de man die het rookgordijn bedacht en uitvoerde.
... Bekijk meerZie minder

23 april 1918 is raid op de haven van Zeebrugge (Engels: Zeebrugge Raid) tijdens de Eerste Wereldoorlog was een Britse aanval op de haven van Zeebrugge op 23 april 1918 met het doel de vaargeul te blokkeren, zodat Duitse U-boten niet meer konden uitvaren. Tegelijkertijd werd ook de haven van Oostende aangevallen.
Met de Zeeslag bij Jutland was de Duitse vloot verslagen. Duitsland besloot om de oorlog niet op maar onder de zee voort te zetten als onbeperkte duikbotenoorlog. Hiertegen hadden de Britten toen geen verweer. Duikboten vanuit Wilhelmshaven vormden geen grote bedreiging, omdat ze een dag onderweg waren en langs mijnenvelden moesten. Een poging om de mijnen te vegen was mislukt tijdens de Tweede Slag bij Helgoland. 
Antwerpen was ook geen probleem, omdat het van op het water kon beschoten worden. 
De duikbootbasis van Brugge lag te ver landinwaarts om ze vanuit zee te beschieten. Ook ze vanuit de lucht bombarderen was in die tijd te moeilijk. De duikboten voeren langs de kanalen naar Zeebrugge of Oostende en zo naar zee, waar ze Britse schepen aanvielen.
In 1915 had de Britse admiraal Reginald Bacon al geprobeerd om de sluispoorten te beschieten vanaf monitors, maar daarbij waren alleen de gebruikte 305mm-kanonnen kapotgeschoten en niet de sluizen. John R. Jellicoe stelde in 1917 voor om Zeebrugge te bezetten, maar het landleger geraakte niet door de Duitse verdediging. 
Admiraal Roger Keyes werkte een plan uit om de havengeulen van Zeebrugge en Oostende te blokkeren en de admiraliteit gaf groen licht in februari 1918. De aanval werd op 11 april en op 14 april afgeblazen wegens slecht weer. 
De motorboot HMS CMB 33 was daarbij gestrand in Duits gebied. De bevelvoerder had - tegen alle instructies in - de aanvalsplannen meegenomen die in handen van de Duitsers waren gevallen.
In de haven van Zeebrugge waren bunkers en verstevigingen aangelegd en er was zware artillerie op de havendam. De toegang van de haven zelf werd gedeeltelijk geblokkeerd door de verankering van een viertal aken.
Op 22 april 1918 nam admiraal Keyes het bevel over een vloot van 168 schepen en een troepenmacht van 1800 man.
De aanval begon op 23 april 1918 vanuit Dover, Duinkerke en het Zwin. Kort voor middernacht begon een afleidingsmanoeuvre. De kruiser HMS Vindictive en twee overzetboten, Daffodil en Iris II, vielen de golfbreker aan. HMS Vindictive moest 200 mariniers afzetten aan de monding van het kanaal naar Brugge om de Duitse artillerie onschadelijk te maken. 
Een rookgordijn zou het schip aan het zicht onttrekken. De Duitsers verweerden zich heftig: zo ging de matroos Hermann Künne van de torpedoboot S53 de leider van de mariniers met een mes te lijf. Hij stak hem neer, maar werd zelf neergeschoten. De wind draaide en het rookgordijn waaide weg. De mariniers kwamen onder Duits vuur en sneuvelden bij bosjes. Om de aanval op de havendam te ondersteunen waren er ook nog twee oude duikboten volgestouwd met springstof. Duikboot C3 kon om 00:15 uur het viaduct naar de golfbreker opblazen met vijf ton explosieven zoals voorzien. Hiermee werd het de verdedigers onmogelijk gemaakt versterkingen aan te voeren. De zeskoppige bemanning kon met een reddingsboot ontkomen. De andere onderzeeboot, de C1 kwam niet in de buurt van het doel en werd teruggesleept naar de vertrekbasis.
Terwijl de Duitse tegenaanval zich op deze aanval concentreerde, brachten de Britten om 00.30 uur enkele schepen voorbij de vuurtoren. De drie schepen uit 1890, de Thetis, Intrepid en Iphigenia, waren geladen met beton. De bedoeling was om ze in de vaargeul tot zinken te brengen en zo die havengeul te blokkeren. Na de mislukte aanval op de golfbreker kwamen de drie schepen onder zwaar Duits vuur te liggen. Vooral de Thetis kreeg treffers en het schip bereikte niet de vaargeul, het liep vast op een zandbank en werd te vroeg tot zinken gebracht. De twee andere schepen bereikten wel het kanaal en werden zo schuin als mogelijk in de vaarweg tot zinken gebracht. Onder hevig Duits vuur werd de bemanning met snelle motorboten opgepikt. De Thetis zou als eerste de sluisdeur naar het kanaal naar Brugge moeten rammen, dit was mislukt en de andere twee schepen hielden zich aan de instructies en namen niet de taak van de Thetis over. Zou de sluisdeur zijn beschadigd dan had dit geleid tot een groter succes van de actie.
Om 00:50 uur gaf de Daffodil met de sirene het signaal om de gevechten af te breken en terug te keren naar de schepen. Onder dekking van rookgordijnen en het vuur van de kanonnen van de monitors trok de gehavende vloot zich terug. In de loop van 23 april voer de vloot de Britse thuishavens binnen.
De Duitsers verwijderden twee pieren, zodat de Duitse duikboten al twee dagen later bij hoog tij langs de blokkerende schepen konden varen. Van de 1700 Britten lieten 200 het leven, waaronder commandant Frank Arthur Brock, de man die het rookgordijn bedacht en uitvoerde.Image attachmentImage attachment+3Image attachment

Manfred Albrecht Freiherr von Richthofen, tijdens de Eerste Wereldoorlog bekend als de Rode Baron (Engels: the Red Baron) (Breslau, 2 mei 1892 - bij Cappy, Frankrijk, 21 april 1918) was een Duits gevechtspiloot. In de Eerste Wereldoorlog heeft Von Richthofen tachtig vijandelijke vliegtuigen neergeschoten, waardoor hij de beste gevechtspiloot van zijn tijd werd.
Manfred von Richthofen werd geboren als tweede van vier kinderen.
Zijn ouders waren de cavalerieofficier Albrecht Freiherr von Richthofen (1859–1920) en zijn gade Kunigunde von Schickfus und Neudorff (1868–1962).
Hij was een nazaat van de Pruisische veldmaarschalk Leopold I van Anhalt-Dessau.
Op 16 januari 1917 kreeg hij het bevel over een eigen eskader, Jagdstaffel 11, en op 26 juni van dat jaar over Jagdgeschwader 1; een groep van vier 'staffeln' (eskaders), alle met eigen bonte beschilderingen, door de Engelsen Richthofen's Flying Circus genoemd. De groep was samengesteld uit Duitse elitevliegers, waaronder zijn broer Lothar, en Von Richthofen was erop gebrand de vijand te laten weten dat ze met de besten van het vak te maken hadden. Zijn persoonlijke Albatros D.III was geheel rood geschilderd, wat hem de bijnaam 'Rode Baron' opleverde. Von Richthofen kwam bij een luchtgevecht op 6 juli 1917 bijna om het leven bij Wervik, maar ondanks een ernstige hoofdwond waarbij hij even het bewustzijn verloor slaagde hij erin controle over zijn Albatros D.V terug te nemen en een noodlanding uit te voeren. Hij moest verschillende operaties ondergaan om botsplinters te verwijderen. Op 25 juli hernam hij zijn dienst tegen het advies van de dokters in.
Op 2 september 1917 behaalde hij met de nieuwe Fokker Dr.I-driedekker zijn zestigste overwinning. Hij was misselijk na de vlucht en had hoofdpijn. Van 5 september tot 23 oktober nam hij toch herstelverlof. In die tijd schreef hij zijn autobiografie Der rote Kampfflieger. Hij ging toch opnieuw vliegen.
Bij de Britten was hij zo gevreesd dat aan de piloot die hem kon neerhalen een eigen vliegtuig, 5000 pond sterling en het Victoria Cross werd beloofd.
Op 20 april 1918 maakte hij zijn tachtigste en laatste slachtoffer; een Sopwith Camel van de Royal Air Force. Een dag later vond Von Richthofen zelf de dood boven het slagveld toen hij de Canadees Wilfrid May laagvliegend achtervolgde. May schreef het volgende in zijn verslag:

Camel D3326 90 minutes Engaged 15 to 20 triplanes - claimed one. Blue one. Several on my tail, came out with red triplane on my tail which followed me down to the ground and over the line on my tail all the time got several bursts into me but didn’t hit me. When we got across the lines he was shot down by Capt. Brown. I saw him crash into side of hill. Came back with Capt. We afterwards found out that the triplane (red) was the famous German airman Baron Richthofen. He was killed.

Er zijn aanwijzingen dat hij door één kogel in het hart werd getroffen, waarschijnlijk afkomstig van een mitrailleur op de grond. Een aantal soldaten beweerden hem neergeschoten te hebben, Captain Roy Brown (vanuit een vliegtuig), gunner Robert Buie (vanaf de grond met een mitrailleur), sergeant Cedric Popkin (vanaf de grond met een Vickers M.18 mitrailleur) of Snowy Evans (vanaf de grond met een Lewis M.20 mitrailleur). Uit onderzoek dat door Discovery Channel werd uitgevoerd voor een documentaire over Von Richthofen, bleek dat Evans het dodelijk schot heeft gevuurd. Over Evans is verder weinig bekend. Hij heeft geen familie meer en verdere beelden zijn niet bekend. De Australische Edward Smout van de geneeskundige troepen vermeldt dat het laatste woord van Manfred von Richthofen was: "kaputt".
Het verlies van Von Richthofen was een verpletterende slag voor het Duitse moreel.
Het commando over het "Flying Circus" werd op 22 april 1918 overgenomen door Hauptmann Wilhelm Reinhard, die op zijn beurt, na een fatale testvlucht, op 7 juli 1918 werd opgevolgd door de latere nazileider Hermann Göring.
De Rode Baron lag aanvankelijk begraven op de begraafplaats van Fricourt maar werd al snel herbegraven op het Invalidenfriedhof te Berlijn waar andere Duitse oorlogshelden begraven liggen. In 1975 werd hij definitief te ruste gelegd in het familiegraf in Wiesbaden.
... Bekijk meerZie minder

Manfred Albrecht Freiherr von Richthofen, tijdens de Eerste Wereldoorlog bekend als de Rode Baron (Engels: the Red Baron) (Breslau, 2 mei 1892 - bij Cappy, Frankrijk, 21 april 1918) was een Duits gevechtspiloot. In de Eerste Wereldoorlog heeft Von Richthofen tachtig vijandelijke vliegtuigen neergeschoten, waardoor hij de beste gevechtspiloot van zijn tijd werd.
Manfred von Richthofen werd geboren als tweede van vier kinderen. 
Zijn ouders waren de cavalerieofficier Albrecht Freiherr von Richthofen (1859–1920) en zijn gade Kunigunde von Schickfus und Neudorff (1868–1962). 
Hij was een nazaat van de Pruisische veldmaarschalk Leopold I van Anhalt-Dessau.
Op 16 januari 1917 kreeg hij het bevel over een eigen eskader, Jagdstaffel 11, en op 26 juni van dat jaar over Jagdgeschwader 1; een groep van vier staffeln (eskaders), alle met eigen bonte beschilderingen, door de Engelsen Richthofens Flying Circus genoemd. De groep was samengesteld uit Duitse elitevliegers, waaronder zijn broer Lothar, en Von Richthofen was erop gebrand de vijand te laten weten dat ze met de besten van het vak te maken hadden. Zijn persoonlijke Albatros D.III was geheel rood geschilderd, wat hem de bijnaam Rode Baron opleverde. Von Richthofen kwam bij een luchtgevecht op 6 juli 1917 bijna om het leven bij Wervik, maar ondanks een ernstige hoofdwond waarbij hij even het bewustzijn verloor slaagde hij erin controle over zijn Albatros D.V terug te nemen en een noodlanding uit te voeren. Hij moest verschillende operaties ondergaan om botsplinters te verwijderen. Op 25 juli hernam hij zijn dienst tegen het advies van de dokters in. 
Op 2 september 1917 behaalde hij met de nieuwe Fokker Dr.I-driedekker zijn zestigste overwinning. Hij was misselijk na de vlucht en had hoofdpijn. Van 5 september tot 23 oktober nam hij toch herstelverlof. In die tijd schreef hij zijn autobiografie Der rote Kampfflieger. Hij ging toch opnieuw vliegen.
Bij de Britten was hij zo gevreesd dat aan de piloot die hem kon neerhalen een eigen vliegtuig, 5000 pond sterling en het Victoria Cross werd beloofd.
Op 20 april 1918 maakte hij zijn tachtigste en laatste slachtoffer; een Sopwith Camel van de Royal Air Force. Een dag later vond Von Richthofen zelf de dood boven het slagveld toen hij de Canadees Wilfrid May laagvliegend achtervolgde. May schreef het volgende in zijn verslag:

Camel D3326 90 minutes Engaged 15 to 20 triplanes - claimed one. Blue one. Several on my tail, came out with red triplane on my tail which followed me down to the ground and over the line on my tail all the time got several bursts into me but didn’t hit me. When we got across the lines he was shot down by Capt. Brown. I saw him crash into side of hill. Came back with Capt. We afterwards found out that the triplane (red) was the famous German airman Baron Richthofen. He was killed.

Er zijn aanwijzingen dat hij door één kogel in het hart werd getroffen, waarschijnlijk afkomstig van een mitrailleur op de grond. Een aantal soldaten beweerden hem neergeschoten te hebben, Captain Roy Brown (vanuit een vliegtuig), gunner Robert Buie (vanaf de grond met een mitrailleur), sergeant Cedric Popkin (vanaf de grond met een Vickers M.18 mitrailleur) of Snowy Evans (vanaf de grond met een Lewis M.20 mitrailleur). Uit onderzoek dat door Discovery Channel werd uitgevoerd voor een documentaire over Von Richthofen, bleek dat Evans het dodelijk schot heeft gevuurd. Over Evans is verder weinig bekend. Hij heeft geen familie meer en verdere beelden zijn niet bekend. De Australische Edward Smout van de geneeskundige troepen vermeldt dat het laatste woord van Manfred von Richthofen was: kaputt.
Het verlies van Von Richthofen was een verpletterende slag voor het Duitse moreel.
Het commando over het Flying Circus werd op 22 april 1918 overgenomen door Hauptmann Wilhelm Reinhard, die op zijn beurt, na een fatale testvlucht, op 7 juli 1918 werd opgevolgd door de latere nazileider Hermann Göring.
De Rode Baron lag aanvankelijk begraven op de begraafplaats van Fricourt maar werd al snel herbegraven op het Invalidenfriedhof te Berlijn waar andere Duitse oorlogshelden begraven liggen. In 1975 werd hij definitief te ruste gelegd in het familiegraf in Wiesbaden.Image attachment
Meer posts bekijken