guidedbattlefieldtours.org

NIEUWS

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons
Guided battlefield tours belgium

Guided battlefield tours belgium

265

Gidsen in Corsica - Normandië, Val d'Oise, De Somme, Lotharingen, Languedoc, Luberon & Andorra zijn mijn favoriete bestemmingen.

Goedemorgen FB-vrienden, een weetje over Guillaume de Sonnac een tempeliergrootmeester.
De laatste strijd van een Tempeliersleider, Guillaume de Sonnac, die stierf op 6 april 1250, diende als Grootmeester van de Tempeliers van 1247 tot aan zijn dood. De Sonnac werd geboren in een adellijke familie in de regio Rouergue in Frankrijk en werd door Matthew Paris beschreven als "een discrete en behoedzame man" met aanzienlijke vaardigheden en ervaring in oorlogsvoering. Hoewel de exacte datum van zijn geboorte onbekend blijft, is zijn erfenis als militair leider en Tempeliersgrootmeester onmiskenbaar.
Een onderzoek naar de afkomst van de grootmeester van de Tempeliers.
De provincies Poitou en Anjou zijn al heel vroeg verbonden met het ontstaan van de Orde van de Tempeliers.
Guillaume IX was in 1124 de eerste ondertekenaar van de lange lijst van schenkingen aan de Tempeliers in het Westen
Voordat hij de rang van Grootmeester bereikte, bekleedde de Sonnac de positie van Preceptor van Aquitanië en arriveerde hij in het najaar van 1247 in het Heilige Land. Daar trof hij de overblijfselen van het Koninkrijk Jeruzalem aan in een gevaarlijke staat, na de rampzalige Slag bij La Forbie in 1244, waar de voormalige grootmeester, Armand de Périgord, gevangen was genomen. Zonder oplossing voor de vrijlating van de Périgord werd de Sonnac verkozen tot de nieuwe grootmeester. Zijn ambtstermijn werd echter gekenmerkt door conflicten. De Sonnac leidde zijn mannen door de intense en brute gevechten tijdens de Zevende Kruistocht, met name in de Slag bij Mansurah, waar hij ongeëvenaarde moed toonde. In de minderheid en omsingeld, vochten hij en zijn ridders dapper tot het laatst, waarbij de Sonnac als een held tevoorschijn kwam nadat hij ternauwernood was ontsnapt aan de belegerde stad met slechts twee overgebleven ridders. Ondanks zijn verwondingen, waaronder het verlies van een oog, wankelde de Sonnacs vastberadenheid nooit. Hij bleef leidinggeven en hielp zelfs een moslimaanval af te slaan voordat hij noodlottig stierf. Op 6 april 1250, tijdens de Slag bij Fariskur, viel de Sonnac met de christelijke troepen de moslims aan, maar werd overweldigd en neergeslagen, waarbij hij uiteindelijk zijn leven verloor in de strijd. Naast zijn militaire prestaties wordt de Sonnac gecrediteerd voor het formaliseren en vastleggen van de Tempeliershiërarchie, waardoor de orde nauwkeurige en veilige verslagen zou hebben voor toekomstige generaties. Ironisch genoeg blijft de exacte datum van zijn geboorte een mysterie, ondanks zijn rol in het bewaren van de geschiedenis van de orde. De naam van Guillaume de Sonnac leeft voort, niet alleen vanwege zijn moedige leiderschap, maar ook vanwege zijn inspanningen om de erfenis van de Tempeliers te behouden in een tijdperk dat gekenmerkt werd door oorlog en onzekerheid. Guillaume de Sonnac heette in werkelijkheid Wilhelm de Sonay, en was niet afkomstig uit de Languedoc, noch uit de Rouergue of de Quercy, zoals tot nu toe werd aangenomen, maar uit de regio Chinon en de drie aangrenzende provincies, de Touraine, de Anjou en de Poitou.
Fijne dag verder
Groetjes
Johan
www.guidedbattlefieldtours.org
... Bekijk meerZie minder

Goedemorgen FB-vrienden, een weetje over Guillaume de Sonnac een tempeliergrootmeester.
De laatste strijd van een Tempeliersleider, Guillaume de Sonnac, die stierf op 6 april 1250, diende als Grootmeester van de Tempeliers van 1247 tot aan zijn dood. De Sonnac werd geboren in een adellijke familie in de regio Rouergue in Frankrijk en werd door Matthew Paris beschreven als een discrete en behoedzame man met aanzienlijke vaardigheden en ervaring in oorlogsvoering. Hoewel de exacte datum van zijn geboorte onbekend blijft, is zijn erfenis als militair leider en Tempeliersgrootmeester onmiskenbaar.
Een onderzoek naar de afkomst van de grootmeester van de Tempeliers. 
De provincies Poitou en Anjou zijn al heel vroeg verbonden met het ontstaan van de Orde van de Tempeliers. 
Guillaume IX was in 1124 de eerste ondertekenaar van de lange lijst van schenkingen aan de Tempeliers in het Westen 
Voordat hij de rang van Grootmeester bereikte, bekleedde de Sonnac de positie van Preceptor van Aquitanië en arriveerde hij in het najaar van 1247 in het Heilige Land. Daar trof hij de overblijfselen van het Koninkrijk Jeruzalem aan in een gevaarlijke staat, na de rampzalige Slag bij La Forbie in 1244, waar de voormalige grootmeester, Armand de Périgord, gevangen was genomen. Zonder oplossing voor de vrijlating van de Périgord werd de Sonnac verkozen tot de nieuwe grootmeester. Zijn ambtstermijn werd echter gekenmerkt door conflicten. De Sonnac leidde zijn mannen door de intense en brute gevechten tijdens de Zevende Kruistocht, met name in de Slag bij Mansurah, waar hij ongeëvenaarde moed toonde. In de minderheid en omsingeld, vochten hij en zijn ridders dapper tot het laatst, waarbij de Sonnac als een held tevoorschijn kwam nadat hij ternauwernood was ontsnapt aan de belegerde stad met slechts twee overgebleven ridders. Ondanks zijn verwondingen, waaronder het verlies van een oog, wankelde de Sonnacs vastberadenheid nooit. Hij bleef leidinggeven en hielp zelfs een moslimaanval af te slaan voordat hij noodlottig stierf. Op 6 april 1250, tijdens de Slag bij Fariskur, viel de Sonnac met de christelijke troepen de moslims aan, maar werd overweldigd en neergeslagen, waarbij hij uiteindelijk zijn leven verloor in de strijd. Naast zijn militaire prestaties wordt de Sonnac gecrediteerd voor het formaliseren en vastleggen van de Tempeliershiërarchie, waardoor de orde nauwkeurige en veilige verslagen zou hebben voor toekomstige generaties. Ironisch genoeg blijft de exacte datum van zijn geboorte een mysterie, ondanks zijn rol in het bewaren van de geschiedenis van de orde. De naam van Guillaume de Sonnac leeft voort, niet alleen vanwege zijn moedige leiderschap, maar ook vanwege zijn inspanningen om de erfenis van de Tempeliers te behouden in een tijdperk dat gekenmerkt werd door oorlog en onzekerheid. Guillaume de Sonnac heette in werkelijkheid Wilhelm de Sonay, en was niet afkomstig uit de Languedoc, noch uit de Rouergue of de Quercy, zoals tot nu toe werd aangenomen, maar uit de regio Chinon en de drie aangrenzende provincies, de Touraine, de Anjou en de Poitou.
Fijne dag verder
Groetjes
Johan
www.guidedbattlefieldtours.orgImage attachmentImage attachment+6Image attachment

Goedemorgen beste FB-vrienden, een interessant weetje uit de twintigste eeuw over de symboliek van het vredesteken.
Twee schuine strepen naar beide zijden betekenen in het semafooralfabet N, en de verticale streep D. Zo beelden ze in het vredesteken samen de woorden nuclear disarmament uit. Maar de Engelse artiest Gerald Holtom had ook een ander beeld voor ogen, toen hij in 1958 het vredessymbool ontwierp voor de British Campaign for Nuclear Disarmament (CND). De drie strepen vormen ook een mens, de armen uitgestrekt in wanhoop, zoals Holtom had gezien op het bekende schilderij van Francisco Goya: El 3 de mayo en Madrid (1814)
Holtoms ontwerp werd voor het eerst gebruikt tijdens een mars op 4 april 1958, vandaag 68 jaar geleden, en groeide later uit tot een universeel vredessymbool. Bijna nog koos hij voor het christelijke kruis, maar hij vond de associatie met de kruistochten onwenselijk.
Fijn weekend en vrolijk Pasen.
Groetjes.
Johan.
... Bekijk meerZie minder

Goedemorgen beste FB-vrienden, een interessant weetje uit de twintigste eeuw over de symboliek van het vredesteken.
Twee schuine strepen naar beide zijden betekenen in het semafooralfabet N, en de verticale streep D. Zo beelden ze in het vredesteken samen de woorden nuclear disarmament uit. Maar de Engelse artiest Gerald Holtom had ook een ander beeld voor ogen, toen hij in 1958 het vredessymbool ontwierp voor de British Campaign for Nuclear Disarmament (CND). De drie strepen vormen ook een mens, de armen uitgestrekt in wanhoop, zoals Holtom had gezien op het bekende schilderij van Francisco Goya: El 3 de mayo en Madrid (1814)
Holtoms ontwerp werd voor het eerst gebruikt tijdens een mars op 4 april 1958, vandaag 68 jaar geleden, en groeide later uit tot een universeel vredessymbool. Bijna nog koos hij voor het christelijke kruis, maar hij vond de associatie met de kruistochten onwenselijk.
Fijn weekend en vrolijk Pasen.
Groetjes.
Johan.Image attachmentImage attachment+3Image attachment

Op Goede Vrijdag is een speciale dag voor Sartène op Corsica.
Sartène: 'De meest Corsicaanse stad van het eiland'. Hoge, vestingachtige huizen, gesloten vensterluiken, smalle kronkelstraatjes waar u het gegier van de wind hoort: dit alles herinnert aan de geheimzinnige geschiedenis van de stad. Sartè blijft Sartè, ook al wil de Franse overheid de Franse naam Sartène doorzetten. De volharding van de inwoners van Sartè, maar eigenlijk van alle Corsicanen – want overal op het eiland zie je overgeschilderde plaatsnaamborden – had tot gevolg dat Frankrijk sinds 1993 peu à peu alle straatnaamborden op het eiland tweetalig moest maken. Sartène heeft een roerige geschiedenis. Het gebied Sartenais was al in de vroegste geschiedenis dichtbevolkt. De stad werd beheerst door de machtige leenheren van de
wijdvertakte familie Delia Rocca, die lange tijd de Genuese invasiemacht buiten de poorten wist te houden. Jaarlijks wordt op Goede Vrijdag een schitterende processie
gehouden. Dit vrome middeleeuwse gebruik trekt niet alleen veel Corsicanen uit de omgeving aan, maar ook veel toeristen, omdat het een spectaculair schouwspel is.
De processie begint bij de Sainte-Marie op de Place de la Libération. Om 21.30 uur, als het pikdonker is, komt de stoet in beweging en begeeft deze zich over de smalle, steile trappen en door de smalle kronkelsteegjes van de oude binnenstad. Dit schouwspel wordt alleen verlicht door in de wind flakkerende kaarsen die de bewoners van de oude binnenstad voor hun ramen hebben gezet. U hoort onophoudelijk het klagende Corsicaanse gezang van de meelopende stoet mensen: 'Perdonno mio Dio...mio Dio
perdonno' ('mijn God, vergeef me'). Deze processie is geen toneelstuk of toeristisch vermaak, maar Corsicaanse werkelijkheid en is voor alle deelnemers een uitdrukking van de grootste religieuze vroomheid. Ze wordt vaak vergeleken met de Semana Santa in Sevilla. In deze processie, die gedurende drie uur van de ene naar de andere kerk gaat, lopen behalve de geestelijken ook de notabelen van de stad mee, gevolgd door vele gelovigen. Voorop loopt blootvoets de Grote Boeteling (= Rode penitent); hij draagt een zijden, bloedrood gewaad met een rode monnikskap over zijn hoofd met daarin twee oogspleten. De vermomde draagt het 31,5 kg zware kruis en sleept de 14 kg wegende ijzeren ketting - vandaar de naam Catenacciu die aan zijn rechtervoet vastzit, achter zich aan. De in het zwart geklede (blootvoets) boeteling (witte penitent = Simon van Cyrène) vergezelt de onbekende
boeteling samen met eveneens in ’t zwart geklede boetelingen die het beeld dragen van de gestorven Christus onder een zwart baldakijn.
De Catenacciu moet drie keer op de grond vallen, zoals het Christus op zijn lijdensweg naar Golgotha verging. Bij het overeind komen mag de Kleine Boeteling, gekleed in een witte mantel, hem helpen, zoals Simon van Cyrene Christus hielp. Wie is deze vermomde kruisdrager die het zich in deze griezelige nacht zo moeilijk maakt? Slechts één persoon kent de identiteit van de boeteling en
moet hierover zwijgen: de priester van Sartène.
Men zegt dat alleen Corsicanen deze rol durven te spelen. In de 19de eeuw probeerden vooral bewoners van Sartène die wegens de vendetta en moord in de maquis moesten vluchten, de rol van de grote boeteling te krijgen. De priester ontvangt ieder jaar veel brieven met het verzoek het kruis en de ijzeren ketting te mogen dragen, omdat veel Corsicanen daardoor boete willen doen voor hun daden. De 'zware tocht' is echter ieder jaar 'volgeboekt'. Geestelijkheid en gemeentebestuur nemen deel aan de processie en zingen Corsicaanse religieuze liederen
(Perdono Mio, Dio…)
Vrolijk Pasen voor iedereen
Bona Pasqua à tutti
groetjes
Johan.
... Bekijk meerZie minder

Op Goede Vrijdag is een speciale dag voor Sartène op Corsica.
Sartène: De meest Corsicaanse stad van het eiland. Hoge, vestingachtige huizen, gesloten vensterluiken, smalle kronkelstraatjes waar u het gegier van de wind hoort: dit alles herinnert aan de geheimzinnige geschiedenis van de stad. Sartè blijft Sartè, ook al wil de Franse overheid de Franse naam Sartène doorzetten. De volharding van de inwoners van Sartè, maar eigenlijk van alle Corsicanen – want overal op het eiland zie je overgeschilderde plaatsnaamborden – had tot gevolg dat Frankrijk sinds 1993 peu à peu alle straatnaamborden op het eiland tweetalig moest maken. Sartène heeft een roerige geschiedenis.  Het gebied Sartenais was al in de vroegste geschiedenis dichtbevolkt. De stad werd beheerst door de machtige leenheren van de
wijdvertakte familie Delia Rocca, die lange tijd de Genuese invasiemacht buiten de poorten wist te houden. Jaarlijks wordt op Goede Vrijdag een schitterende processie
gehouden. Dit vrome middeleeuwse gebruik trekt niet alleen veel Corsicanen uit de omgeving aan, maar ook veel toeristen, omdat het een spectaculair schouwspel is. 
De processie begint bij de Sainte-Marie op de Place de la Libération. Om 21.30 uur, als het pikdonker is, komt de stoet in beweging en begeeft deze zich over de smalle, steile trappen en door de smalle kronkelsteegjes van de oude binnenstad. Dit schouwspel wordt alleen verlicht door in de wind flakkerende kaarsen die de bewoners van de oude binnenstad voor hun ramen hebben gezet. U hoort onophoudelijk het klagende Corsicaanse gezang van de meelopende stoet mensen: Perdonno mio Dio...mio Dio
 perdonno (mijn God, vergeef me). Deze processie is geen toneelstuk of toeristisch vermaak, maar Corsicaanse werkelijkheid en is voor alle deelnemers een uitdrukking van de grootste religieuze vroomheid.  Ze wordt vaak vergeleken met de Semana Santa in Sevilla. In deze processie, die gedurende drie uur van de ene naar de andere kerk gaat, lopen behalve de geestelijken ook de notabelen van de stad mee, gevolgd door vele gelovigen. Voorop loopt blootvoets de Grote Boeteling (= Rode penitent); hij draagt een zijden, bloedrood gewaad met een rode monnikskap over zijn hoofd met daarin twee oogspleten. De vermomde draagt het 31,5 kg zware kruis en sleept de 14 kg wegende ijzeren ketting - vandaar de naam Catenacciu die aan zijn rechtervoet vastzit, achter zich aan. De in het zwart geklede (blootvoets) boeteling (witte penitent = Simon van Cyrène) vergezelt de onbekende 
boeteling samen met eveneens in ’t zwart geklede boetelingen die het beeld dragen van de gestorven Christus onder een zwart baldakijn. 
De Catenacciu moet drie keer op de grond vallen, zoals het Christus op zijn lijdensweg naar Golgotha verging.  Bij het overeind komen mag de Kleine Boeteling, gekleed in een witte mantel, hem helpen, zoals Simon van Cyrene Christus hielp. Wie is deze vermomde kruisdrager die het zich in deze griezelige nacht zo moeilijk maakt? Slechts één persoon kent de identiteit van de boeteling en
moet hierover zwijgen: de priester van Sartène. 
Men zegt dat alleen Corsicanen deze rol durven te spelen. In de 19de eeuw probeerden vooral bewoners van Sartène die wegens de vendetta en moord in de maquis moesten vluchten, de rol van de grote boeteling te krijgen. De priester ontvangt ieder jaar veel brieven met het verzoek het kruis en de ijzeren ketting te mogen dragen, omdat veel Corsicanen daardoor boete willen doen voor hun daden. De zware tocht is echter ieder jaar volgeboekt. Geestelijkheid en gemeentebestuur nemen deel aan de processie en zingen Corsicaanse religieuze liederen 
(Perdono Mio, Dio…) 
Vrolijk Pasen voor iedereen
Bona Pasqua à tutti
groetjes
Johan.Image attachmentImage attachment+6Image attachment
Meer posts bekijken