guidedbattlefieldtours.org

TOURS 1 JOUR

TOURS PLUSIEURS JOURS

FLANDRES

FLANDRES

Conseils et explications historiques sur la Première Guerre mondiale en Flandre

BRUGES

BRUGES

Le programme de jour de Bruges se situe plutôt dans la partie inconnue, à savoir dans et autour de la région de Sint Anna

LA NORMANDIE

LA NORMANDIE

La Normandie et sa riche histoire à la fois culinaire et géographique. Profitez de la Normandie sur le canal

LA CORSE

LA CORSE

Les Grecs de l’Antiquité appelaient la Corse Kallisté, la plus belle. L’île contient le meilleur de tous les mondes méditerranéens

SOMME

SOMME

Champs de bataille sur la Somme, Amiens, Arras et Boulogne-sur-Mer; Déplacement de sites et histoires réelles

WATERLOO

WATERLOO

C’est une journée complètement dans l’ESPRIT de « La Dernière Bataille de Napoléon Waterloo »

LOTHARINGEN

LOTHARINGEN

La Lorraine française comprend l’ancien duché de Lorraine, le duché de Bar et les diocèses de Metz, Toul et Verdun

DRONE

DRONE

Je suis titulaire du certificat de pilote de drone. C’est une valeur ajoutée absolue comme souvenir de voyage!

SOCIAL MEDIA

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons
3 days ago

Lezing bijgewoond van onze collega Ludovik het thema was" Versailles stinkt? En ja het Stinkt" interessante en ludieke lezing van Ludovik. Een aanrader ... Voir plusVoir moins

Lezing bijgewoond van onze collega Ludovik het thema was Versailles stinkt? En ja het Stinkt interessante en ludieke lezing van Ludovik. Een aanraderImage attachmentImage attachment+2Image attachment

0 CommentairesComment on Facebook

1916 tot 20 dec. 1916 De slag bij verdun om 07u15
Op 21 februari 1916 om 07.15 uur (de Duitse tijd was 1 uur later) braakten 1225 kanonnen hun vuur uit over de Franse linies voor Verdun. Het kanonvuur was zo hevig, dat een onderaards gerommel en gedreun tot op 170 kilometer rond Verdun te horen en te voelen was. Tot in Trier, Saarbrücken en Parijs trilde de lucht en rinkelden de ramen. Franse vliegeniers, die tijdens het bombardement boven Verdun vlogen, vertelden dat ze gigantische vlammen- en rookzuilen gezien hadden en dat het front eruitzag als was het een rokende industriestad. Dat komt overeen met de opmerking van generaal Pétain, die schatte dat er alleen al op die eerste dag een miljoen granaten werden afgevuurd. Het bombardement duurde bijna vijf uur aan een stuk, tot 12.00 uur. Toen werd er een korte vuurpauze ingelast. De bedoeling daarvan was om de overlevenden in de verleiding te brengen uit hun schuilplaatsen te klimmen om wat bij te komen van de verschrikkingen van het trommelvuur. Ze zouden dan na 10 minuten met nog zwaarder kanonvuur alsnog worden vernietigd. Na de pauze ging het bombardement verder tot omstreeks 16.30 uur. Toen stopte het. Daarop begon de infanterieaanval. De Duitse soldaten klommen uit de aanval loopgraven en begonnen het kapotgeschoten terrein over te steken. De eerste honderden meters gebeurde er niets. Het kanonvuur had de eerste Franse linies volledig verwoest. Maar bij de tweede verdedigingslinie ging het anders: er bleken nog wel degelijk overlevenden te zijn, die zich furieus verweerden. Buiten dat het bombardement veel Fransen gedood, verwond of verdoofd had, had het de overlevenden vervuld met een woede en razernij die hen deed vechten tot het uiterste. Op het eind van de eerste dag hadden de Duitsers ongeveer twee kilometer terrein gewonnen. Toch was men op meer tegenstand gestuit dan verwacht. Ook waren de verliezen hoger dan oorspronkelijk gedacht. Een heel klein voorteken van wat komen ging.
De Slag bij Verdun wordt de grootste uit de wereldgeschiedenis genoemd. Nooit is er zo langdurig, met inzet van zoveel mensen, strijd geleverd op zo'n beperkt grondgebied. Deze veldslag, die woedde van 21 februari 1916 tot 19 december 1916, eiste naar schatting meer dan 700.000 doden, gewonden en vermisten op een slagveld nauwelijks groter dan tien bij tien kilometer. Vanuit strategisch oogpunt is er geen enkele rechtvaardiging te vinden voor deze monsterlijke verliezen. De Slag bij Verdun ontaardde in een prestigeslag tussen twee volkeren…….
... Voir plusVoir moins

1916 tot 20 dec. 1916 De slag bij verdun om 07u15
Op 21 februari 1916 om 07.15 uur (de Duitse tijd was 1 uur later) braakten 1225 kanonnen hun vuur uit over de Franse linies voor Verdun. Het kanonvuur was zo hevig, dat een onderaards gerommel en gedreun tot op 170 kilometer rond Verdun te horen en te voelen was. Tot in Trier, Saarbrücken en Parijs trilde de lucht en rinkelden de ramen. Franse vliegeniers, die tijdens het bombardement boven Verdun vlogen, vertelden dat ze gigantische vlammen- en rookzuilen gezien hadden en dat het front eruitzag als was het een rokende industriestad. Dat komt overeen met de opmerking van generaal Pétain, die schatte dat er alleen al op die eerste dag een miljoen granaten werden afgevuurd. Het bombardement duurde bijna vijf uur aan een stuk, tot 12.00 uur. Toen werd er een korte vuurpauze ingelast. De bedoeling daarvan was om de overlevenden in de verleiding te brengen uit hun schuilplaatsen te klimmen om wat bij te komen van de verschrikkingen van het trommelvuur. Ze zouden dan na 10 minuten met nog zwaarder kanonvuur alsnog worden vernietigd. Na de pauze ging het bombardement verder tot omstreeks 16.30 uur. Toen stopte het. Daarop begon de infanterieaanval. De Duitse soldaten klommen uit de aanval loopgraven en begonnen het kapotgeschoten terrein over te steken. De eerste honderden meters gebeurde er niets. Het kanonvuur had de eerste Franse linies volledig verwoest. Maar bij de tweede verdedigingslinie ging het anders: er bleken nog wel degelijk overlevenden te zijn, die zich furieus verweerden. Buiten dat het bombardement veel Fransen gedood, verwond of verdoofd had, had het de overlevenden vervuld met een woede en razernij die hen deed vechten tot het uiterste. Op het eind van de eerste dag hadden de Duitsers ongeveer twee kilometer terrein gewonnen. Toch was men op meer tegenstand gestuit dan verwacht. Ook waren de verliezen hoger dan oorspronkelijk gedacht. Een heel klein voorteken van wat komen ging.
De Slag bij Verdun wordt de grootste uit de wereldgeschiedenis genoemd. Nooit is er zo langdurig, met inzet van zoveel mensen, strijd geleverd op zon beperkt grondgebied. Deze veldslag, die woedde van 21 februari 1916 tot 19 december 1916, eiste naar schatting meer dan 700.000 doden, gewonden en vermisten op een slagveld nauwelijks groter dan tien bij tien kilometer. Vanuit strategisch oogpunt is er geen enkele rechtvaardiging te vinden voor deze monsterlijke verliezen. De Slag bij Verdun ontaardde in een prestigeslag tussen twee volkeren…….Image attachmentImage attachment+2Image attachment

1 CommentaireComment on Facebook

Seamus Gleeson

De slag bij Kassel werd op 20 februari 1071 op de Kasselberg uitgevochten, en is een van de drie veldslagen die in de buurt van de stad Kassel (huidig Frans-Vlaanderen) werden geleverd.
Het was een militair treffen om de heerschappij over het graafschap Vlaanderen
Het was een militair treffen om de heerschappij over het graafschap Vlaanderen.
Op 17 juli 1070 stierf graaf Boudewijn VI. Hij werd opgevolgd door zijn 14-jarige zoon Arnulf III. Zijn moeder Richilde van Henegouwen nam de voogdij op zich. Onder de Noord-Vlaamse adel was de Henegouwse gravin niet populair. Haar zwager Robrecht de Fries, de broer van de overleden graaf, maakte eveneens aanspraak op de opvolging. Hij had als voogd over het graafschap Holland geheerst, maar was daar in het najaar van 1070 verjaagd en gevlucht naar Gent.
Robrecht verzamelde in Brugge en Gent medestanders, en bezette in het begin van 1071 de burcht van Kassel. Richilde en Arnulf III reageerden binnen enkele dagen. Met hulp van de Franse koning Filips I, de leenheer van Vlaanderen, brachten zij een groot leger op de been, bestaande uit Zuid-Vlaamse, Henegouwse en Noord-Franse strijders. Ook Richildes schoonzuster Mathilde, de zuster van Robrecht de Fries en de vrouw van Willem de Veroveraar gaf steun, hoewel het gevolg van de door haar gestuurde Willem FitzOsbern uit slechts tien Normandische ridders bestond. Ze zetten hun kampement op aan de voet van de burcht op de Kasselberg.
In vroege ochtend van 20 februari 1071 nam Robrecht de Fries het initiatief en deed een uitval vanuit de burcht op de belegeraars. Er ontspon zich een onoverzichtelijk gevecht waarin Robrecht, ondanks zijn numerieke minderheid, uiteindelijk de overhand kreeg. Koning Filips nam als een van de eersten de vlucht. Willem FitzOsbern viel in de slag bij Kassel net als graaf Arnulf III, die sindsdien "de Ongelukkige" werd genoemd. Voor de jonge Arnulf III was het zijn eerste en laatste veldslag. Volgens sommigen werd hij gedood door Gerbod de Vlaming. Die aan Robrechts zijde vocht, maar andere kronieken zeggen dat Arnulfs eigen mannen hem van zijn paard trokken en hem de keel doorsneden.
Op het eind van de slag raakte Robrecht de Fries geïsoleerd van zijn makkers en kon graaf Eustaas II van Boulogne hem aanhouden en vastzetten in de burcht van Sint-Omaars. Tegelijk namen de Noord-Vlamingen gravin Richilde gevangen. In de dagen na de slag bevrijdden Robrechts aanhangers hem, met hulp van de inwoners van Sint-Omaars, uit het gevang. Ook Richilde werd vrijgelaten.
Robrecht de Fries was de overwinnaar en hij werd de nieuwe graaf van Vlaanderen. Koning Filips I van Frankrijk erkende zijn gezag. Beiden sloten nog in hetzelfde jaar vrede, en bezegelden die met een voorgenomen huwelijk tussen Bertha van Holland, een stiefdochter van Robrecht, met Filips. Hierdoor waren de kansen van Richilde op de grafelijke troon van Vlaanderen definitief verkeken. Met haar tweede zoon, Boudewijn II van Henegouwen trok zij zich terug naar Henegouwen. In de daarna volgende jaren waren er nog wel wat schermutselingen in het Vlaams-Henegouwse grensgebied, maar Robrechts positie is nooit echt in gevaar gekomen. Hij bestuurde Vlaanderen tot zijn dood in 1093 en werd toen opgevolgd door zijn zoon Robrecht II van Jeruzalem.
De exacte datum van de Slag bij Kassel is niet met zekerheid bekend. Volgens de oudste kronieken was het de Dominico Septuagesimae, de zondag zeventig dagen voor Pasen, oftewel 20 februari in het jaar 1071. Later werd echter ook 22 februari genoemd, de naamdag van de apostel Petrus, want Robrecht de Fries stichtte op die datum in Kassel een kerk, om zijn overwinning te gedenken. Hij wijdde die kerk aan Sint-Pieter. Verlinden stelde daarom dat de Slag bij Kassel op 22 februari 1071 werd uitgevochten. Die datum is vervolgens door veel historici gevolgd
... Voir plusVoir moins

De slag bij Kassel werd op 20 februari 1071 op de Kasselberg uitgevochten, en is een van de drie veldslagen die in de buurt van de stad Kassel (huidig Frans-Vlaanderen) werden geleverd.
Het was een militair treffen om de heerschappij over het graafschap Vlaanderen
Het was een militair treffen om de heerschappij over het graafschap Vlaanderen.
Op 17 juli 1070 stierf graaf Boudewijn VI. Hij werd opgevolgd door zijn 14-jarige zoon Arnulf III. Zijn moeder Richilde van Henegouwen nam de voogdij op zich. Onder de Noord-Vlaamse adel was de Henegouwse gravin niet populair. Haar zwager Robrecht de Fries, de broer van de overleden graaf, maakte eveneens aanspraak op de opvolging. Hij had als voogd over het graafschap Holland geheerst, maar was daar in het najaar van 1070 verjaagd en gevlucht naar Gent.
Robrecht verzamelde in Brugge en Gent medestanders, en bezette in het begin van 1071 de burcht van Kassel. Richilde en Arnulf III reageerden binnen enkele dagen. Met hulp van de Franse koning Filips I, de leenheer van Vlaanderen, brachten zij een groot leger op de been, bestaande uit Zuid-Vlaamse, Henegouwse en Noord-Franse strijders. Ook Richildes schoonzuster Mathilde, de zuster van Robrecht de Fries en de vrouw van Willem de Veroveraar gaf steun, hoewel het gevolg van de door haar gestuurde Willem FitzOsbern uit slechts tien Normandische ridders bestond. Ze zetten hun kampement op aan de voet van de burcht op de Kasselberg.
In vroege ochtend van 20 februari 1071 nam Robrecht de Fries het initiatief en deed een uitval vanuit de burcht op de belegeraars. Er ontspon zich een onoverzichtelijk gevecht waarin Robrecht, ondanks zijn numerieke minderheid, uiteindelijk de overhand kreeg. Koning Filips nam als een van de eersten de vlucht. Willem FitzOsbern viel in de slag bij Kassel net als graaf Arnulf III, die sindsdien de Ongelukkige werd genoemd. Voor de jonge Arnulf III was het zijn eerste en laatste veldslag. Volgens sommigen werd hij gedood door Gerbod de Vlaming. Die aan Robrechts zijde vocht, maar andere kronieken zeggen dat Arnulfs eigen mannen hem van zijn paard trokken en hem de keel doorsneden.
Op het eind van de slag raakte Robrecht de Fries geïsoleerd van zijn makkers en kon graaf Eustaas II van Boulogne hem aanhouden en vastzetten in de burcht van Sint-Omaars. Tegelijk namen de Noord-Vlamingen gravin Richilde gevangen. In de dagen na de slag bevrijdden Robrechts aanhangers hem, met hulp van de inwoners van Sint-Omaars, uit het gevang. Ook Richilde werd vrijgelaten.
Robrecht de Fries was de overwinnaar en hij werd de nieuwe graaf van Vlaanderen. Koning Filips I van Frankrijk erkende zijn gezag. Beiden sloten nog in hetzelfde jaar vrede, en bezegelden die met een voorgenomen huwelijk tussen Bertha van Holland, een stiefdochter van Robrecht, met Filips. Hierdoor waren de kansen van Richilde op de grafelijke troon van Vlaanderen definitief verkeken. Met haar tweede zoon, Boudewijn II van Henegouwen trok zij zich terug naar Henegouwen. In de daarna volgende jaren waren er nog wel wat schermutselingen in het Vlaams-Henegouwse grensgebied, maar Robrechts positie is nooit echt in gevaar gekomen. Hij bestuurde Vlaanderen tot zijn dood in 1093 en werd toen opgevolgd door zijn zoon Robrecht II van Jeruzalem.
De exacte datum van de Slag bij Kassel is niet met zekerheid bekend. Volgens de oudste kronieken was het de Dominico Septuagesimae, de zondag zeventig dagen voor Pasen, oftewel 20 februari in het jaar 1071. Later werd echter ook 22 februari genoemd, de naamdag van de apostel Petrus, want Robrecht de Fries stichtte op die datum in Kassel een kerk, om zijn overwinning te gedenken. Hij wijdde die kerk aan Sint-Pieter. Verlinden stelde daarom dat de Slag bij Kassel op 22 februari 1071 werd uitgevochten. Die datum is vervolgens door veel historici gevolgdImage attachmentImage attachment

1 CommentaireComment on Facebook

Amaai, weer veel geleerd vandaag!!

Vandaag 17 februari 1934 90 jaar later is onze koning Albert 1 gestorven in Marche-les-Dames.
Onder de foto's die van de rots in Marche-les-Dames genomen zijn na dood van Albert hadden we nooit de link gelegd met de rots en het Hoofd op de Rechtvaardige Rechters.
Het is door de gelijkenissen tussen de rotsen en door het religieuze karakter van de rots in Marche-les-Dames dat onze vragen gerezen zijn. Wij hebben op school geleerd dat de koning verongelukte op 17 februari 1934 toen hij aan het klimmen was op de rotsen van Marche-les-Dames aan de Maas voorbij Namen.
De koning was al jaren alpinist en vooral actief in de Dolomieten als in 1929 de exploratie van de Belgische rotsen begon. Het rots klimmen in de Ardennen werd toen vooral gezien als een oefening voor het echte klimwerk in de Alpen. Ook koning Albert I maakte daar regelmatig gebruik van.
Hij vermeed wel die plaatsen waar hij te veel in de kijker zou lopen en klom steeds met dezelfde klimpartners zoals, prins Leopold en graaf Xavier de Grunne, secretaris-generaal van de Belgische Alpenclub.
De koning is gevonden op de bos helling onder de brokkelige spleet waarboven zich het platform bevindt en waar de pijler staat. Activiteiten in die spleet en op het platform kunnen moeilijk alpinisme genoemd worden. Dus was het voor de onderzoekers logisch dat de koning klom op de pijler en van daar gevallen is door een loskomend stuk rots.
Hij zou dan wel op het platform gevallen zijn en van daar in de spleet waar zijn bril is "teruggevonden" en waar hij zijn hoofd tegen een steen zou gestoten hebben om dan langs de steile bos helling nog ettelijke meters verder naar beneden te schuiven.
De klap op het hoofd zou de onmiddellijke dood als gevolg gehad hebben.
... Voir plusVoir moins

Vandaag 17 februari 1934 90 jaar later is onze koning Albert 1 gestorven in Marche-les-Dames.
Onder de fotos die van de rots in Marche-les-Dames genomen zijn na dood van Albert hadden we nooit de link gelegd met de rots en het Hoofd op de Rechtvaardige Rechters. 
Het is door de gelijkenissen tussen de rotsen en door het religieuze karakter van de rots in Marche-les-Dames dat onze vragen gerezen zijn. Wij hebben op school geleerd dat de koning verongelukte op 17 februari 1934 toen hij aan het klimmen was op de rotsen van Marche-les-Dames aan de Maas voorbij Namen. 
De koning was al jaren alpinist en vooral actief in de Dolomieten als in 1929 de exploratie van de Belgische rotsen begon. Het rots klimmen in de Ardennen werd toen vooral gezien als een oefening voor het echte klimwerk in de Alpen. Ook koning Albert I maakte daar regelmatig gebruik van. 
Hij vermeed wel die plaatsen waar hij te veel in de kijker zou lopen en klom steeds met dezelfde klimpartners zoals, prins Leopold en graaf Xavier de Grunne, secretaris-generaal van de Belgische Alpenclub. 
De koning is gevonden op de bos helling onder de brokkelige spleet waarboven zich het platform bevindt en waar de pijler staat. Activiteiten in die spleet en op het platform kunnen moeilijk alpinisme genoemd worden. Dus was het voor de onderzoekers logisch dat de koning klom op de pijler en van daar gevallen is door een loskomend stuk rots. 
Hij zou dan wel op het platform gevallen zijn en van daar in de spleet waar zijn bril is teruggevonden en waar hij zijn hoofd tegen een steen zou gestoten hebben om dan langs de steile bos helling nog ettelijke meters verder naar beneden te schuiven. 
De klap op het hoofd zou de onmiddellijke dood als gevolg gehad hebben.Image attachmentImage attachment+2Image attachment

1 CommentaireComment on Facebook

En wat heb ik vandaag geleerd 👍👍

15 februari 1936 presenteert Hitler de Volkswagen.
De Oostenrijkse professor en auto-ingenieur Ferdinand Porsche en de joodse ingenieur Josef Ganz stonden aan de wieg van Volkswagen. Porsche had in 1922 vergeefs plannen voor een goedkope auto voorgesteld. Er was zelfs bij zijn toenmalige werkgever Austro-Daimler geen interesse. Mercedes-Benz zag evenmin iets in Porsches droom van een goedkope auto. Porsche probeerde het bij onder meer NSU en Zündapp, waar een aantal prototypes werden gerealiseerd. Hij begon voor zichzelf, en kreeg in 1934 van Adolf Hitler de opdracht een "Kraft durch Freude"-wagen te ontwerpen, een wagen voor het volk. Het programma van eisen voor deze auto was fors. De KdF-wagen moest een topsnelheid van 100 km/u kunnen halen; moest twee volwassenen en een kind kunnen vervoeren, of drie soldaten en een mitrailleur; moest een luchtgekoelde motor hebben, zodat hij 's winters buiten kon staan; mocht maximaal tussen de 6 en 7 liter benzine per 100 kilometer verbruiken; en mocht niet meer kosten dan 900 Reichsmark.

Hitler zocht vervolgens persoonlijk een geschikte locatie voor de fabriek. Omdat de enige twee beschikbare autofabrieken - die van Opel en van Ford - niet volledig Duits waren, gaf Hitler zijn "Arbeitsfront" opdracht in het midden van Duitsland, bij Fallersleben, een fabriek te bouwen. Het Duitse volk zou door middel van een spaarsysteem het geld voor de productie bijeen brengen. Er zou een nieuwe stad verrijzen voor de arbeiders van de fabriek en hun gezinnen, Stadt des KdF-Wagens bei Fallersleben (kortweg KdF-stadt, na de Tweede Wereldoorlog Wolfsburg) genaamd, met een residentie voor Hitler, en een boulevard waar na afloop van de oorlog de overwinningsparade zou worden gehouden.
De auto zou uiteindelijk rond de 1.400 Reichsmark kosten. Duitsers konden voor dit bedrag een bewijs kopen dat recht gaf op een Volkswagen, wanneer deze klaar zou zijn. In de enorme fabriek, de grootste autofabriek van Europa, moesten per jaar zo'n 800.000 wagens worden gefabriceerd. Op 26 mei 1938 legde Hitler de eerste steen voor de KdF-fabriek en in 1940 rolde de eerste wagen van de lopende band. Er werden slechts een paar honderd personenauto's gebouwd, vrijwel allemaal voor partijbonzen. Inmiddels was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken en de nieuwe fabriek bouwde de Kübelwagen, een door Porsche en Erwin Komenda ontworpen legervoertuig op het chassis van een Kever. Later werd ook de Volkswagen Schwimmwagen hier gebouwd. Ook werden er militaire versies van de Volkswagen Kever gebouwd en verder werden er vliegtuigen gerepareerd en onderdelen voor raketten gemaakt.
Na de oorlog verloren ongeveer 340.000 Duitse spaarders hun aanspraak op een nieuwe auto. Doordat de naoorlogse VW-fabriek feitelijk geen partij was, werd het moeilijk om hun spaargeld terug te krijgen. Na een aantal rechtszaken werden de spaarders pas in de jaren zestig en zeventig gecompenseerd. Gedupeerden konden 600 Duitse mark korting krijgen als zij een nieuwe VW kochten. Als zij dat niet wilden of konden, kregen zij 100 mark terug. Eind jaren zeventig waren van ongeveer 120.000 spaarders de claims afgewikkeld. Ongeveer de helft had gekozen voor het uitbetalen van het geld en de andere helft voor de korting op een nieuwe auto.
De fabriek bij kasteel Wolfsburg werd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd en in april 1945 veroverd door het Amerikaanse leger. De stad werd omgedoopt tot Wolfsburg, en de KdF-fabriek werd overgedragen aan de Britse bezettingsautoriteiten. Majoor Ivan Hirst kwam aan het hoofd van het bedrijf te staan. De fabriek werd bestemd voor de reparatie van legervoertuigen; de machines werden beschouwd als oorlogsbuit en zouden worden weggevoerd. Omdat het Britse leger een tekort aan voertuigen had werd echter besloten de productie weer op te starten. In september 1945 plaatste het Britse leger een order voor 20.000 stuks, en in 1946 werden al duizend auto's per maand gebouwd, hoewel het dak van de fabriek nog steeds kapot was en het voor de productie benodigde staal tegen nieuwe auto's moest worden geruild. De fabriek werd aangeboden aan Amerikaanse, Britse en Franse autofabrikanten, maar niemand zag iets in het rare bolle autootje. Men begon onder de naam Wolfsburg Motor Works (naar een foute vertaling van Bayerische Motoren Werke); later werd het omgedoopt tot Volkswagen. Het bedrijf zou zelfstandig verder moeten, bestuurd door de Duitse overheid. De naam Volkswagen was geïnspireerd op een advertentie van Standard.
In 1948 werd Heinrich Nordhoff van Opel ingelijfd om directeur van Volkswagen te worden. Het jaar erna stapte Hirst op. Volkswagen introduceerde een bestelbusje (Type 2), maar maakte verder alleen de Kever (Type 1). In 1955 rolde het 1-miljoenste exemplaar van de band. Later zouden nog vele productierecords worden gebroken. Carrosseriebouwer Karmann in Osnabrück bouwde vanaf 1955 de Karmann Ghia op een iets verbreed Keverchassis.
Op 22 augustus 1960 werd Volkswagen omgezet in Volkswagenwerk Aktiengesellschaft en in 1964 nam het bedrijf het eveneens Duitse Auto-Union over. De technische kennis van Audi zou later een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van de Golf.
... Voir plusVoir moins

15 februari 1936 presenteert Hitler de Volkswagen.
De Oostenrijkse professor en auto-ingenieur Ferdinand Porsche en de joodse ingenieur Josef Ganz stonden aan de wieg van Volkswagen. Porsche had in 1922 vergeefs plannen voor een goedkope auto voorgesteld. Er was zelfs bij zijn toenmalige werkgever Austro-Daimler geen interesse. Mercedes-Benz zag evenmin iets in Porsches droom van een goedkope auto. Porsche probeerde het bij onder meer NSU en Zündapp, waar een aantal prototypes werden gerealiseerd. Hij begon voor zichzelf, en kreeg in 1934 van Adolf Hitler de opdracht een Kraft durch Freude-wagen te ontwerpen, een wagen voor het volk. Het programma van eisen voor deze auto was fors. De KdF-wagen moest een topsnelheid van 100 km/u kunnen halen; moest twee volwassenen en een kind kunnen vervoeren, of drie soldaten en een mitrailleur; moest een luchtgekoelde motor hebben, zodat hij s winters buiten kon staan; mocht maximaal tussen de 6 en 7 liter benzine per 100 kilometer verbruiken; en mocht niet meer kosten dan 900 Reichsmark.

Hitler zocht vervolgens persoonlijk een geschikte locatie voor de fabriek. Omdat de enige twee beschikbare autofabrieken - die van Opel en van Ford - niet volledig Duits waren, gaf Hitler zijn Arbeitsfront opdracht in het midden van Duitsland, bij Fallersleben, een fabriek te bouwen. Het Duitse volk zou door middel van een spaarsysteem het geld voor de productie bijeen brengen. Er zou een nieuwe stad verrijzen voor de arbeiders van de fabriek en hun gezinnen, Stadt des KdF-Wagens bei Fallersleben (kortweg KdF-stadt, na de Tweede Wereldoorlog Wolfsburg) genaamd, met een residentie voor Hitler, en een boulevard waar na afloop van de oorlog de overwinningsparade zou worden gehouden.
De auto zou uiteindelijk rond de 1.400 Reichsmark kosten. Duitsers konden voor dit bedrag een bewijs kopen dat recht gaf op een Volkswagen, wanneer deze klaar zou zijn. In de enorme fabriek, de grootste autofabriek van Europa, moesten per jaar zon 800.000 wagens worden gefabriceerd. Op 26 mei 1938 legde Hitler de eerste steen voor de KdF-fabriek en in 1940 rolde de eerste wagen van de lopende band. Er werden slechts een paar honderd personenautos gebouwd, vrijwel allemaal voor partijbonzen. Inmiddels was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken en de nieuwe fabriek bouwde de Kübelwagen, een door Porsche en Erwin Komenda ontworpen legervoertuig op het chassis van een Kever. Later werd ook de Volkswagen Schwimmwagen hier gebouwd. Ook werden er militaire versies van de Volkswagen Kever gebouwd en verder werden er vliegtuigen gerepareerd en onderdelen voor raketten gemaakt.
Na de oorlog verloren ongeveer 340.000 Duitse spaarders hun aanspraak op een nieuwe auto. Doordat de naoorlogse VW-fabriek feitelijk geen partij was, werd het moeilijk om hun spaargeld terug te krijgen. Na een aantal rechtszaken werden de spaarders pas in de jaren zestig en zeventig gecompenseerd. Gedupeerden konden 600 Duitse mark korting krijgen als zij een nieuwe VW kochten. Als zij dat niet wilden of konden, kregen zij 100 mark terug. Eind jaren zeventig waren van ongeveer 120.000 spaarders de claims afgewikkeld. Ongeveer de helft had gekozen voor het uitbetalen van het geld en de andere helft voor de korting op een nieuwe auto. 
De fabriek bij kasteel Wolfsburg werd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd en in april 1945 veroverd door het Amerikaanse leger. De stad werd omgedoopt tot Wolfsburg, en de KdF-fabriek werd overgedragen aan de Britse bezettingsautoriteiten. Majoor Ivan Hirst kwam aan het hoofd van het bedrijf te staan. De fabriek werd bestemd voor de reparatie van legervoertuigen; de machines werden beschouwd als oorlogsbuit en zouden worden weggevoerd. Omdat het Britse leger een tekort aan voertuigen had werd echter besloten de productie weer op te starten. In september 1945 plaatste het Britse leger een order voor 20.000 stuks, en in 1946 werden al duizend autos per maand gebouwd, hoewel het dak van de fabriek nog steeds kapot was en het voor de productie benodigde staal tegen nieuwe autos moest worden geruild. De fabriek werd aangeboden aan Amerikaanse, Britse en Franse autofabrikanten, maar niemand zag iets in het rare bolle autootje. Men begon onder de naam Wolfsburg Motor Works (naar een foute vertaling van Bayerische Motoren Werke); later werd het omgedoopt tot Volkswagen. Het bedrijf zou zelfstandig verder moeten, bestuurd door de Duitse overheid. De naam Volkswagen was geïnspireerd op een advertentie van Standard.
In 1948 werd Heinrich Nordhoff van Opel ingelijfd om directeur van Volkswagen te worden. Het jaar erna stapte Hirst op. Volkswagen introduceerde een bestelbusje (Type 2), maar maakte verder alleen de Kever (Type 1). In 1955 rolde het 1-miljoenste exemplaar van de band. Later zouden nog vele productierecords worden gebroken. Carrosseriebouwer Karmann in Osnabrück bouwde vanaf 1955 de Karmann Ghia op een iets verbreed Keverchassis.
Op 22 augustus 1960 werd Volkswagen omgezet in Volkswagenwerk Aktiengesellschaft en in 1964 nam het bedrijf het eveneens Duitse Auto-Union over. De technische kennis van Audi zou later een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van de Golf.Image attachmentImage attachment+2Image attachment

0 CommentairesComment on Facebook

More posts

QUI SOMMES NOUS ?

Je me présente: je m’apelle johan Bossuyt et je suis guide touristique certifié du Guided Battlefield Tours, ainsi que guide d’Europe, reconnu par la FBAA et Visitflanders pour les régions suivantes la Normandie- La Somme- Val d’Oise- Lorraine et la Corse. De plus, grâce à mon expérience, les distinations suivantes ont été largement étudiées et appartiennent à mon domaine de travail comme les Alpes-Haute-Provence, Langeudoc, Roussillon, Luberon, la Gironde et Prague en Tchécoslovaquie. Mes spécialisations sont principalement les nombreux champs de batailles en Europe, dont les guerres Franco-Prussiennes et les campagnes Napoléoniennes avec bién sur comme point final Waterloo. Aussi les croisades- les Templiers en Europe, Première et Seconde guerre mondiale ont été longuement étudiées et élaborées par moi et peuvent être proposées comme thême pour une excursion. Des excursions qui ont comme thème la Première Guerre mondiale sont situées dans les environs d’ouest de la Flandre – La Somme- Lorraine Avec le chemin des Dames- Verdun- Argonne et la ligne Maginot. Les excursions sur le thème de la Seconde Guerre mondiale vont de la bataille des Ardennes au débarquement sur les plages de Normandie. Nous garantissons un accompgnement personnalisé et une reconstitution historigue passionnée.